(Zelf)Compassie 2: Het zwarte schaapje
Even verder gaande vanuit het vorige stuk over zelfcompassie. Wat gebeurde er precies in het moment dat ik in die prachtige tuin omringt door lieve mensen, me het zwarte schaapje voelde? En beter nog, wat kunnen wij zogenaamde zwarte schaapjes ermee?
De overtuiging die ik in mijn hoofd steeds hoorde was: ‘Mensen die gelukkig zijn, zijn beter. Intelligenter, liefdevoller, spiritueel verder ontwikkeld.’ Tjonge jonge wat een heerlijke oude overtuiging om mee rond te lopen is dat zeg! Een collectieve overtuiging is het ook nog eens. Iedereen weet inmiddels dat de maatschappij constante happy faces verwacht en anders ben je gewoon een stumper. Daar komt dan de spirituele community nog bij met een soort spiritueel narcisme. Dat gaat er vanuit dat als je na zoveel tijd nog niet gelukkig bent, je er ook gewoon geen snars van snapt. Juist ja. Die overtuiging, die wil ik dus een keer goed omvergooien! Daar ligt het antwoord op mijn vraag.
Er zijn zoveel redenen waarom de een meer obstakels op zijn weg krijgt dan de ander. Te denken valt aan: (Jeugd)Trauma, aangeboren hooggevoeligheid, transgenerationele overdracht van trauma, niet passen in/benadeeld zijn door de maatschappij, een gebrekkige opvoeding, overdracht van het collectief leed. Om mee te te beginnen. Als je het nog een stap verder neemt valt te denken aan: Karma meegenomen uit een vorig leven of van anderen in je buurt (wat karma precies is, is voor een ander stuk), te leren lessen op het pad van je ziel naar liefde, het worden geboren als ‘anders’ vanuit hogere opdracht om mensen in je omgeving bewuster te maken van waar liefde ontbreekt of juist te vinden is.
Het gaat er mij niet om of je hierin gelooft. Wat ik wil aangeven is dat het juist voor ons mensen nauwelijks te achterhalen is waarom de een rijk geboren wordt en de ander arm, waarom de een makkelijk langs obstakels beweegt, terwijl de ander (met alle goede bedoelingen) in onweten zijn hoofd ertegen stoot. Het is nauwelijks te achterhalen en belangrijker nog, het zegt dus niets over ‘beter zijn dan de ander’ of niet.
De mensen die meer in het licht leven dragen bij aan het inspireren en verbeteren van de wereld vanuit alle mogelijkheden die zij daar hebben en zien. De mensen die meer in de schaduw leven (voor nu), dragen bij door dat wat donker is naar licht te transformeren. Deze mensen zien/voelen eerder wat knelt, omdat het direct impact heeft op hen. En met het bewustzijn van wat er niet klopt voor henzelf, voor de wereld, kan liefde uitbreiden. De een vanaf de bergtop, de ander vanuit het dal. Je bent niet intelligenter of een beter mens als je weet hoe je gelukkig moet zijn. Wel denk ik, dat je een efficiëntere manier van leven hebt gevonden als je je op die bergtop bevindt. Of je dat nou vanaf geboorte hebt meegekregen of je later eigen gemaakt. Het is het de ‘yes we can’ mentaliteit die Obama naar voren bracht. Je kunt leven vanuit de overtuiging dat er gebrek is, of leven vanuit de overtuiging dat er genoeg/overvloed is. Dat is een keuze die je maakt elke dag. Zie ik vandaag de liefde en mogelijkheden in en om mij of blijf ik slachtoffer? Dat is oefenen en bewustwording. Je kunt niet van kleins af aan constant door het leven om de oren geslagen worden en dan ineens geloven in alle mogelijkheden en je eigen kracht. Ik vind dus ook nooit dat iemand schuldig is. Wel verantwoordelijk. Stap voor stap.
Hier dus het omverwerpen van de overtuiging:
Zij die al lichter leven zijn niet beter, maar efficiënter in het lichter leven zelf. Iets waar we allemaal naar verlangen en ik hoop naar onderweg zijn. Omdat er dan vrede is. Zij die nog zwaarte naar licht transformeren op dit moment zijn net zo nodig.
———— klein verhaaltje ————-
In het boek ‘ The 40 rules of love’ van Elif Shafak, kwam ik daarover een mooi gesprek tussen twee soefi’s tegen. De Soefi’s zijn islamitische mystici, die veel overeenkomsten hebben met het westerse spiritualisme. Ik ben fan van hoe zij met hun mooie metaforen levensvraagstukken kunnen verhelderen. Ik zal aan het eind simpel verwoorden wat ik ermee duidelijk wil maken in dit stuk.
Het (fictieve) gesprek tussen de wijze Rumi en zijn uitdagende vriend Shams:
Shams: ‘Oké, vertel me alsjeblieft welke van de twee groter is, denk je: de profeet Mohammed of de soefi Bistami?’
Rumi: ‘Wat is dat voor een vraag?. Hoe kun je onze vereerde Profeet, vrede zij met hem, vergelijken met een beruchte mysticus?’
Shams: ‘Denk er alsjeblieft over na. Zei de Profeet niet: ‘Vergeef mij, God, ik kon U niet kennen zoals ik had moeten doen’, terwijl Bistami uitsprak: ‘Glorie is aan mij, ik draag God in mijn mantel’? Als de ene man zich zo klein voelt in relatie tot God, terwijl een andere man beweert God in zich te dragen, welke van de twee is dan groter?’
Rumi: ‘Ik begrijp wat je probeert te zeggen,’ begon ik, omdat ik niet wilde dat hij ook maar een trilling in mijn stem zou horen. “Ik zal de twee uitspraken vergelijken en je vertellen waarom, ook al klinkt de uitspraak van Bistami hoger, het in feite andersom is.”
Shams: ‘Ik ben een en al oor,’ zei de derwisj.’
Rumi: ‘Zie je, Gods liefde is een eindeloze oceaan, en mensen streven ernaar om er zoveel mogelijk water uit te halen. Maar uiteindelijk hangt de hoeveelheid water die we allemaal krijgen af van de grootte van onze kopjes. Sommige mensen hebben tonnen, sommige emmers, terwijl anderen alleen maar kommen hebben. Bistami’s container was relatief klein en zijn dorst werd gelest na een slok. Hij was blij met de fase waarin hij zich bevond. Het was wonderbaarlijk dat hij het goddelijke in zichzelf herkende, maar zelfs dan blijft er nog steeds een onderscheid bestaan tussen God en het Zelf. Eenheid wordt niet bereikt. Wat de Profeet betreft, hij was de uitverkorene van God en had een veel grotere beker te vullen. Dit is de reden waarom God hem in de Koran vroeg: Hebben wij uw hart niet geopend? Zijn hart werd aldus groter, zijn beker was enorm, het was dorst na dorst voor hem. Geen wonder dat hij zei: ‘Wij kennen U niet zoals we zouden moeten’, hoewel hij Hem zeker kende als geen ander.” Heel simpel wil dit verhaal zeggen dat de een meer verdieping zoekt, nodig heeft of door het leven gedwongen wordt om te zoeken, dan de ander. Verdieping in leren zo liefdevol mogelijk te zijn naar jezelf en de ander. Verdieping in hoe gelukkig te kunnen zijn. Ik wil trouwens niets zeggen dat mensen die al op die bergtop leven waar ik het over had, oppervlakkiger zijn. Mijn hoop is dat de mensen op de berg elkaar wat meer weten op te zoeken. En dat dit kan omdat ze hun blik hebben verruimd. Dat ze elkaars rol gaan begrijpen en waarderen, of in ieder geval elkaar niet te snel veroordelen vanuit onwetendheid.